Karel Houben trad in 1845 toe tot de congregatie der passionisten, die zich in België gevestigd hadden. Hij werkte vervolgens onder de armen in Engeland en Ierland. Velen bezochten hem om troost en genezing te vinden. Er werden veel wonderbaarlijke genezingen gemeld. Pater Karel kreeg de bijnaam 'de man met de zegenende handen'. Tijdens zijn leven werd hij reeds als een heilige beschouwd. Na zijn dood bleven gelovigen zijn graf bezoeken. Ook zijn geboortehuis te Munstergeleen werd een pelgrimsoord. In 1935 stichtten de passionisten in het geboortehuis een gedachteniskapel, die hoe langer hoe meer pelgrims trok. In de jaren negentig van de 20e eeuw nam het aantal bedevaartgangers - uit Limburg en de rest van Nederland - dat het geboortehuis bezoekt nog steeds toe. (bron : Meertens instituut)